God, Adonai, Allah

Ik hoop dat dit boek alle scholieren eens onder ogen komt - Bisschop Muskens Concreet, toegankelijk en prikkelend - Marleen Barth (voorzitter Onderwijsbond CNV)

Het boek God Adonai Allah | Boekbespreking

God Adonai Allah
(Vragen over de drie grote religies)

Toen ik zag dat er een boek was verschenen met de titel 'God Adonai Allah', met als ondertitel 'vragen over de drie grote religies', bestelde ik het, nieuwsgierig als ik was naar de manier waarop het altijd actuele fenomeen zou worden beschreven.
Toen ik het in huis had bleek er nog een ondertitel te zijn: '100 antwoorden op vragen die kinderen stellen'.

Ik kon een licht gevoel van teleurstelling niet onderdrukken: een boek voor kinderen. Dat viel me een beetje tegen.
Achterop wordt overigens als leeftijd aangegeven 10+. Een maximumleeftijd wordt niet genoemd!
Wat me vaak opvalt in teksten voor kinderen is, dat de schrijver zo ontzettend zijn best doet op de hurken te gaan zitten. Simpele taal voor de kennelijk simpele ziel. Dat viel me in dit boek gelukkig erg mee. Afgezien van de opmerking "dat er kindjes geboren werden" op bladzijde 152 is het taalgebruik zeker niet kinderlijk. Wél eenvoudig, en daardoor ook duidelijk en dat is een grote verdienste van, neem ik aan, ook de vertaalster Iny Driessen.

Overzichtelijk
Het boek is zeer overzichtelijk opgezet en geeft per onderwerp de visie van joden, christenen en moslims op hun godsdienst. De titel van elke paragraaf vormt een vraag waarop de tekst het antwoord geeft.
Een aantal van die vragen maakt samen een hoofdstuk, in totaal zeven (!).
Het gaat over (1) de grote vragen van de gelovigen, (2) hun geloof, (3) hun leven, (4) hun gebed en geloofspraktijk, (5) hun feesten en symbolen en (6) hun heilige plaatsen.
Het zevende hoofdstuk gaat over "vragen over gelovigen in de 21ste eeuw". Daarin ook de vragen: "Wat zeggen joden over christenen en moslims?", "Wat zeggen christenen over joden en moslims?" en "Wat zeggen moslims over joden en christenen?"
In de antwoorden lezen we dat joden christenen en moslims zien als partners, "want zij leveren een bijdrage aan de verspreiding van het godsbesef." (blz. 160)
"Christenen beschouwen de joden als hun oudere broer." (blz. 162) Ze hebben moeite "met de manier waarop de islam in sommige landen godsdienst en politiek vermengt, zonder voldoende onderscheid te maken tussen de persoonlijke overtuiging en de regering van een samenleving. (…) Maar de kerk heeft wel eerbied voor het geloof van de islam en de spirituele zoektocht die de islam biedt aan een groot aantal mensen overal ter wereld." (blz. 163)
"De islam noemt gelovigen van andere monotheïstische godsdiensten 'mensen van het boek' (…) Mohammed hoopte op steun van de joodse stammen: "Verklaarden ook zij niet afstammelingen te zijn van Abraham? Tegenover christenen namen de moslims diezelfde open houding aan bij het begin van de prediking. De Profeet zelf heeft in 631, een jaar voor zijn dood, een overeenkomst getekend met de belangrijke christelijke gemeenschap in de oase van Najran. (…) In de Koran staat dat er geen dwang op godsdienst mag bestaan." (blz. 164)

Religieus fanatisme
Dat de praktijk soms anders is dan de mooie theorie doet vermoeden blijkt ook uit de paragraaf over "heilige oorlog", die overigens vooral wordt gebruikt om uit te leggen dat het woord 'jihad' niet 'oorlog' betekent maar 'inspanning', en is bedoeld als de "inspanning die een moslim moet doen om een goede moslim te zijn." (blz. 156)
Op de vraag of gelovigen het recht hebben om te doden wordt onder andere geantwoord dat er "enkel tot oorlog besloten (kan) worden door een wettelijk gezag en enkel voor een goed doel." (blz. 157) Als lezer verbaas je je over dat goede doel, maar het gaat dan verder: "Eerst moeten alle vredelievende mogelijkheden zijn uitgeprobeerd. De oorlog mag ook niet meer kwaad dan goed veroorzaken en alles dient in het werk gesteld te worden om de levens van de burgers te sparen. En dan nog moet je je steeds blijven afvragen of deze oorlog wel gerechtvaardigd is."
Misschien wordt daarom ook wel, bij de vragen over bedevaart (blz. 147), niet over de kruistochten gesproken...
Religieus fanatisme komt wél aan de orde: "Er zou geen enkel gevaar zijn als gelovigen de strenge voorschriften van hun religie alleen op zichzelf zouden toepassen. Maar vaak vinden ze dat heel de wereld moet denken en handelen zoals zij. Nog erger is wanneer ze hun geloof met geweld aan anderen willen opleggen. (blz. 155)
Die anderen zijn dan, zo zou je uit het boek kunnen concluderen, altijd andersgelovigen, want het feit dat er ook mensen zijn die níets geloven komt eigenlijk niet ter sprake. Je zou haast gaan denken dat de mens óf jood, óf christen, óf moslim is.
Wellicht geldt dat ook voor de doelgroep van het boek, hoewel die vooral, en misschien wel uitsluitend, uit christenen zal bestaan.

Leerzaam
Het is een mooi en, ook voor volwassenen, leerzaam boek.
We leren waarom het kruisbeeld van westerse christenen er anders uitziet dan het oosters orthodoxe kruisbeeld, we leren de betekenis van de zes punten van de Davidsster, van de vijf punten van de ster van de moslims en en passant komt ook het verschil tussen de eucharistie en het avondmaal aan de orde. Dat het boek door de Katholieke Bijbelstichting is uitgegeven is daar subtiel, maar voor een protestant zeker niet hinderlijk, merkbaar.
Soms zijn de antwoorden een openbaring in hun eenvoud: "Waarom zitten mannen en vrouwen gescheiden in de moskee? Om niet door elkaar afgeleid te worden." (blz. 115)
En waarom sommige moslimvrouwen sluiers dragen? "Dit is een traditie die door veel moslims als plicht wordt beschouwd. De Koran vraagt aan vrouwelijke gelovigen, de echtgenotes van de profeet en de echtgenotes van de gelovigen, hun boezems te bedekken. Op dezelfde manier wordt aan vrouwelijke gelovigen gevraagd zich te sluieren zoals de echtgenotes van Mohammed dat deden."(blz. 87)
Je moet het een paar keer lezen om er achter te komen dat er dus níet expliciet staat dat de Koran om sluiers vraagt… 
Het was ook "gebruikelijk de vrouwen te vragen begerige blikken van mannen (te) vermijden." (blz. 87)

Je zou je kunnen afvragen welk kind heden ten dage nog wel eens met zijn neus in een boek zit, laat staan in een dergelijk boek. En wie is degene die zijn zoon of dochter zo'n boek cadeau zou doen?
In onze tijd van internet en televisie haalt vooral de jongere generatie zijn informatie eerder dáár dan uit een boek, hoe mooi en overzichtelijk vormgegeven ook.
Misschien is het een idee voor de godsdienstles, als schoolboek.
Want op scholen worden, voorzover ik weet, nog steeds boeken gebruikt.
En met deskundige begeleiding van de godsdienstleraar, meester of juf (want dan kun je ook dóórvragen) zou het dan heel interessante diensten kunnen bewijzen.
Met zijn paragraafachtige indeling, kleurige illustraties en kleine (ook gekleurde!) tekstblokjes over deelvragen voldoet het m.i. helemaal aan de criteria voor het hedendaagse schoolboek.

Kees Steketee, 2006

Terug

Filmpje
Filmpje